AS FAR AS I CAN REACH
Quartaire, Contemporary Art Initiatives (Den Haag) 12.06.2018
Door: Eline van der Haak

Dat de mogelijkheden eindeloos zijn en de kansen in het leven onbegrensd is een bekend devies van onze tijd. Met name de technologische ontwikkelingen volgen elkaar in razend tempo op, waardoor het bijna ondoenlijk is om niet mee te doen aan deze race zonder finish. Zonder dat we het vaak doorhebben wordt onze dagelijkse werkelijkheid beïnvloed en overspoeld door een tsunami aan beelden en informatie die onze blik op het alledaagse soms vertroebelt. We moeten de nieuwste gadgets op technologisch gebied aanschaffen, alle series en films kijken, onze apps updaten en ga zo maar door. Wat betekent het om in een wereld te leven die ons vraagt altijd maar verder te reiken, met een onafwendbare toekomst in zicht die het heden in hoge mate overschaduwt. Als alles mogelijk is, kan het altijd beter, maar is er nog ruimte om stil te staan bij de schoonheid en de rust van dat wat er al is? In de groepstentoonstelling As Far As I Can Reachtonen vijf jonge kunstenaars werken die zich allemaal tot dit thema verhouden en speciaal vanuit dit thema tot stand zijn gekomen. Met elkaar hebben ze de tentoonstellingsruimte getransformeerd tot een plek waar al hun ideeën naast elkaar mogen bestaan en bij elkaar komen, maar ook hun individuele kracht behouden. Ze laten een wereld zien waarbinnen enerzijds de gekte van onze tijd wordt belicht om daarbinnen tegelijkertijd het subtiele en onopvallende de ruimte te geven. 

De installatie van Mike Moonen bestaat uit allerlei tegenstrijdige elementen die op bizarre wijze een harmonieus geheel weten te vormen. Elementen uit het dagelijks leven gecombineerd met vreemd uitziende poppen met armen die letterlijk ver kunnen reiken vormen een soort huiselijk tafereel. Het heeft iets gezelligs hoe zij hier met elkaar in een kring zich in de ruimte bevinden, maar tegelijkertijd gaat er iets angstaanjagends vanuit. Het is een schouwspel dat visueel als het ware uit elkaar spat en een glimlach oproept om vervolgens een rilling te veroorzaken. De vermenging van herkenbaarheid en absurdisme zorgt voor een soort nieuwe hybride wereld. Ook in de werken van Sophia den Breems lijkt nieuw leven te ontstaan door de samenvoeging van grafische elementen met objecten uit de sportwereld met pruiken op. De voorwerpen representeren zowel spel als competentie maar hebben nu een (getergd) gezicht en haar gekregen, waardoor zij de menselijke beperkingen in dit opzicht symboliseren. Hoe hard zij zich ook willen ontworstelen aan hun originele objectmatigheid, toch kunnen zij pas in beweging komen wanneer iemand ze aanraakt, ze komen nooit helemaal tot leven. Ze zijn speelballen die hun afhankelijkheid uitschreeuwen maar op hetzelfde moment de uitzichtloosheid van menselijk competitief gedrag benadrukken.

In het werk van Gordon Meuleman wordt duidelijk dat het overleven van een persoonlijke technologische ramp ervoor kan zorgen dat nieuwe deuren worden geopend die anders wellicht altijd gesloten zouden zijn gebleven. Wanneer jaren van werk verloren gaan door een kapotte harde schijf, waardoor alles in een klap weg is, zou menig persoon uit het veld geslagen zijn en misschien wel op willen geven. In dit geval heeft het er juist toe geleid om dit voorval tot uitgangspunt te nemen voor het creëren van nieuwe werken, die een soort echo vormen naar het origineel. In plaats van de originele foto’s zijn nu de abstracte overblijfselen de hoofdrol gaan spelen. Hoewel ze verwijzen naar dat wat er ooit was zijn ze juist ook nieuwe beelden geworden. Het digitale falen wint het hier niet van het menselijk vermogen om tegenslag om te zetten in daadkracht. 

Van Marilou Klapwijk zijn vier verschillende werken te zien waaronder het boek Things Other People Say waarmee als het ware een vergrootglas wordt gelegd op digitaal taalgebruik, zoals dat gebeurt op internetfora en sociale media. In dit geval is een verzameling aan reacties op een live radioprogramma op Youtube gebundeld waar bijna geen logica meer uit te halen is. Er is geen sprake van een echt gesprek, eerder van oneliners gepaard met een veelvuldig gebruik van emoticons, afkortingen en ‘internetslang’. Door een deel van deze digitale ‘werkelijkheid’ uit te lichten en naar het analoge te trekken wordt de onzinnigheid en het ongrijpbare van dit soort gesprekken versterkt. Tegelijkertijd hebben de abstracte teksten een zekere poëtische schoonheid, al zijn ze zo niet bedoeld. Net als in haar video Zandval, waar een rechthoekige zandloper in een loop altijd in beweging blijft, zal de hoeveelheid aan digitale teksten constant maar door blijven stromen binnen het digitale reservoir en op de achtergrond raken. Zoals de zandkorrels gevangen zijn genomen in de loper, zijn deze teksten als het ware gered van hun tijdelijke en daarmee vergankelijke bestaan. 

Liza Wolters heeft op een soortgelijke manier een deel van de lucht weten te vangen, door er op deze plek een foto van te maken, deze uit te vergroten en op een golvende constructie te plaatsen. Het werk “This is The Sky”, said The Limit ligt nu op de grond, waar zij ooit dus boven prijkte en kijkt als het ware terug naar waar zij onderdeel van was of nog is. Hoewel het niet mogelijk is om het uitgestrekte ongelimiteerde van de lucht boven ons volledig te bevatten, biedt deze registratie van dit tijdelijke moment een zekere houvast of een eerste poging waarmee de kunstenaar voor nu tevreden is. Binnen zijn drie andere werken van haar te zien, waaronder de installatie Who’s Afraid of Blue Yellow, Black, Green and Red’waarvoor zij naast de bestaande zes pilaren er nog twee heeft toegevoegd, iets wat de meeste mensen niet zal opvallen. Ze staan er alsof ze er altijd al waren en onderstrepen hoe vanzelfsprekend wij onze omgeving meestal nemen. De pilaren lopen van de vloer tot aan het plafond, kortom zover het oog hier reikt. 

 

Foto's door Daan Loeff

As-Far-As-I-Can-Reach-23.png
As-Far-As-I-Can-Reach-116.png
As-Far-As-I-Can-Reach-18.png
As-Far-As-I-Can-Reach-42.png
As-Far-As-I-Can-Reach-45.png